BERNARD VAN DIEREN

De componist Bernard van Dieren heeft het systematici niet eenvoudig gemaakt door als Nederlander zo lang in Engeland te verblijven en daar zozeer in kunstzinnige kringen ingeburgerd te geraken dat hij door de Engelsen als een van hen wordt gezien en bij de Nederlanders nauwelijks bekend is. In 1936 schreef Constant Lambert in het voorwoord van de tweede druk van zijn spitsvondige boekje Music Ho!:

"[...] Of the older composers, Sibelius has remained silent, and Schönberg has produced nothing of importance. When we come to the next generation it is distressing to have to record the deaths of two of the greatest musicians of our day, Alban Berg and Bernard van Dieren. Their loss is doubly felt, for not only were they great artists but they belonged to that intermediate generation to which the younger composer naturally looks for spiritual guidance. [...]" ["[...] Van de oudere componisten zwijgt Sibelius nog steeds en heeft Schönbergs niets van belang geproduceerd. Als we de volgende generatie beschouwen, moeten we met smart de dood van twee van de grootste musici van onze tijd berichten, namelijk van Alban Berg en van Bernard van Dieren. Hun verlies komt dubbel hard aan, want zij waren niet alleen grote kunstenaars maar behoorden tot die tussenligende generatie waar de jongere componist van nature naar geestelijke begeleiding zoekt. [...]"]

 

En inderdaad, met name voor de jonge Engelse componisten schijnt Bernard van Dieren een belangrijke rol gespeeld te hebben. Zo schreef Humphrey Searle in 1972 in Twentieth Century Composers 3: Britain, Scandinavia & The Netherlands (p.40):

"After the First World War the younger British composers reacted against the previous generation: they were not interested in basing a national style on English folk-song and they had a very much more international outlook. One of the leaders in this movement, more by force of his personality than as a composer, was the Dutch-born composer Bernard Van Dieren, a pupil and friend of Busoni. [...]"

 

Wat zij in de muziek van Van Dieren het meest bewonderden was de grote stylistische onafhankelijkheid ervan, met name met betrekking tot de volksmuziekromantiek van Ralph Vaughan Williams en Gustav Holst, en meer technisch beschouwd de opvallende nadruk in deze muziek op horizontale processen. Alles leek daarop gespitst te zijn.

Het sterke contrapunt en de vanuit horizontale lijnen ontwikkelde akkoorden verbinden de werken van Bernard van Dieren met die van Ferruccio Busoni. Beide componisten konden ongemeen modern voor de dag komen, maar lieten zich met even groot gemak meesleuren in romantische ontboezemingen, waardoor een gevoel van tweeslachtigheid niet altijd te vermijden is. Beide componisten zijn in de eerste plaats door hun persoonlijkheid op de voorgrond getreden en daarna pas door hun eigen muziek.

Maar de persoonlijkheid van Bernard van Dieren was wel een met een dusdanige uitstraling dat de bekende criticus en componist Cecil Gray hem in 1937 zelfs een moderne Leonardo noemde:

"[...] These were quite literally only a few of the more important aspects of his richly gifted personality, inevitably recalling in its ashtonishing breadth and versatility that of the great Florentine master of the Renaissance, Leonadro da Vinci. The parallel is all the more apt and close in that, like his great prototype, he was a man of strikingly handsome appearance, with the same harmonious combination of masculine strength and almost feminine delicacy and refinement."

Van Dieren was inderdaad met vele talenten begiftigd: afgezien van het componeren en zijn virtuoze vioolspel, bezat hij een uitgelezen kennis van de wereldliteratuur, was hij een fijnproever, een uitermate sportieve man, een expert op het gebied van de Röntgen-straling en de schrijver van voortreffelijke kritieken en essays.

 

Bernard van Dieren werd in 1887 in Rotterdam geboren als het jongste kind van een verzekeringsman. Zijn vader stierf in 1904. Op de HBS begon hij te componeren en speelde daarnaast viool. In deze Rotterdamse tijd leerde Van Dieren de begaafde pianiste Frida Kindler kennen, een leerlinge van Busoni. Nadat zij eerst in Berlijn gestudeerd had en vervolgens naar Londen vertrok en Bernard van Dieren in 1909 als kunstcorrespondent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant naar Londen was uitgezonden, trouwden zij in 1910. Later zou Frida Kindler menigmaal de voornaamste kostwinner zijn.

Op een kort verblijf in Berlijn, in 1912, na, woonde Bernard van Dieren zijn levenlang in Engeland, waar hij naast zijn compositorische en journalistieke werkzaamheden korte tijd eveneens directeur van de Engelse vestiging van Philips is geweest. Hij heeft zich overigens nooit laten naturaliseren en beschouwde zichzelf altijd als Nederlander.

In Londen telden Bernard van Dieren en Frida Kindler onder hun vrienden vele vooraanstaande kunstenaars: met name de beeldhouwer Jacob Epstein, de componisten Cecil Gray en Philip Heseltine (beter bekend onder zijn pseudoniem Peter Warlock) en de schrijvers Osbert en Sacheverell Sitwell. Daarnaast onderheld hij contacten met de componisten Constant Lambert, William Walton en Arthur Bliss.

 

De Zes Schetsen uit 1911 behoren tot de oorspronkelijkste werken die Bernard van Dieren geschreven heeft. Alleen al de klank, de expressieve gloed van Van Dierens schetsen geven aan dat hij vertrouwd moet zijn geweest met de Klavierstücke Opus 11 uit 1909 van Arnold Schönberg en mogelijk - vooral in muziekfilosofische zin - met Busoni's traktaat Versuch einer neuen Aesthetik der Tonkunst, waarvan de eerste druk uit 1906 stamt. Bovendien had Busoni al in 1909 van het tweede deel van Schönbergs Opus 11 een 'Konzertmässige Interpretation' gemaakt.

Slechts weinigen zullen in deze jaren in staat geweest zijn dergelijke composities te bevatten, de technische implicaties ervan te doorgronden en tegelijkertijd in te zien hoe wezenlijk deze muziek - evenals die van Schönberg - in de traditie van een expressieve muzikale uitdrukkingskunst als door Schumann of Brahms bedreven, geworteld is.

De grote thematische eenheid binnen elke schets ontkent in feite de titel van het werk. Van Dieren heeft deze dan ook gehanteerd om er het karakter van de muziek mee aan te geven, en niet als explicatie van de achterliggende compositorische techniek. Bovendien zijn de Zes Schetsen thematisch ook onderling aan elkaar verbonden.

Zo wijst de Vijfde naar de Tweede en zijn in de Zesde vooral de Eerste, Tweede en Derde Schets duidelijk aanwezig. Hierdoor maakt de hele cyclus ondanks zijn afwisselende stemmingen en thematiek een gesloten eenheid, hetgeen nog eens benadrukt wordt doordat de laatste schets niet alleen terugwijst, maar ook inhaakt op de eerste, er een voortzetting, een kunstige variant van lijkt te zijn.

Hoe sterk men de eerste uitvoering van de Zes Schetsen van Bernard van Dieren als een evenement ervaren heeft, blijkt uit het volgende citaat van Percy Scholes uit The Mirror of Music (1947):

"[...] The first determined attempt to push him [Van Dieren] into notice it was felt he deserved came in 1917, when The Musical Times (April) reported as follows: On February 20 we were invited to Wigmore Hall to hear what is claimed as a new development of music. It is asserted by his enthusiastic apostles (Misters Cecil Gray and Philip Heseltine) that Bernard van Dieren is a sort of heir of all the ages: "While most contemporary composers rely almost exclusively on the harmonic or vertical aspect of music, van Dieren might be said to be the first composer since Bach to employ a purely contrapuntal texture... The repose, the classic dignity, and calm of his art have few parallels in our time. Indeed, to find his spiritual kinsmen we should be compelled to search not in the great European schools of thought, but rather in the East - in China." [...]"

Kortom, Bernard van Dieren had de deur geopend naar een geheel nieuwe muziek. Of dat, achteraf beschouwd, inderdaad zo is geweest, valt nu moeilijk te beoordelen. Ten eerste luisteren we nu anders, met meer muzikale ervaringen van latere datum, dan toen en ten tweede is het niet duidelijk met welke kennis van zaken, binnen welke muzikale kaders, de critici van toen de composities van Van Dieren benaderd hebben.

The last century's "60-70 editor" New York Times called Sucibeige, at that time in the global press he is protagonist. At that time, the swiss replica watches New York Times has an interview with the news of the political news, writing Kung Fu and photography technology uniform flow, grab a lot of good news for the newspaper, loved by readers. But there was a problem with this, is that there is no concept of time, love is. There replica watches was a time to interview an important White House news. This annoyed Sucibeige second days, Sucibeige went to his desk, took a piece of hublot replica maintenance from his wrist is the perfect Patek Philippe watch on his desk and said to him: "guys, you try again late!" Thus, this story is a man in charge of the man on the watch and the time of grace and tolerance, which is not ordinary people can understand.

Zeker is echter wel, dat Bernard van Dieren zich later nauwelijks op dit uitzonderlijke niveau herhaald heeft, dat hij behalve in Engeland vrijwel geen aanhangers heeft gehad en dat hij als mens wellicht niet monomaan genoeg is geweest om als Arnold Schönberg zijn ideeën door dik en door dun uit te dragen. Daardoor werden Bernard van Dieren en zijn muziek door de geschiedenis en door de klinkende feiten van steeds nieuwere composities ingehaald. Nu pas, meer dan een halve eeuw na zijn dood is de tijd aangebroken om dit proces waar mogelijk om te keren.

 

U hoort nu de Zes Schetsen opus 4a van Bernard van Dieren uitgevoerd door Frans van Ruth. De delen zijn achtereenvolgens (a) Moderato assai, (b) Quasi andante, (c) Allegro rullante, Gracile ma distinto, (d) Allegramente, (e) Poco lento en (f) Poco pi?lento che Pezza I.